Hokitika
Weer 'n berichtje uit Nieuw Zeeland. We hebbenweer prachtige dagen achter de rug. Vanuit Nelson zijn we naar Hokitika gereden, een afstand van 326 km. Het is 'n prachtige route door de bergen en de Buller-vallei. Het is heerlijk afwisselend rijden. Hoe vaak we niet tegen elkaar zeggen: Wat is dit mooi! Om vervolgens na de volgende bocht weer wat moois te zien te krijgen. We stoppen dan ook 'n aantal keer onderweg bij mooie punten. Als we 2 uur aan het rijden zijn zien we 'n bord dat even verderop de langste hangbrug van Nieuw Zeeland over de Buller-rivier 'hangt'. Het is inderdaad 'n joekel van 'n hangbrug, hij is 160 meter lang en bestaat uit 'n open rooster van 40 cm breed, dat in touwen hangt. We beginnen vol goede moed aan de tocht over de rivier. Chris vindt het machtig, maar Jeanne haakt af, na 1/3 deel afgelegd te hebben, zo hoog, zo schommelend en je kijkt onder je voeten zo tientallen meters de diepte in.
Na deze ervaring rijden we weer door en komen dan aan de westkust van het Zuidereiland. 'n Ruige kust met veel rotsen en een onstuimige zee. Onze volgende stop is daar bij Cape Foulwindin Westport. 'n Wit schelpenpad leidt ons door de Nieuw Zeelandse natuur naar de kaap, met prachtige uitzichten. Het is 'n beetje te vergelijken met Cap Gris Nez en Cap Blanc Nez in Frankrijk. Daarna naar de zeehondenkolonie bij Tauranga Bay, iets verderop. Op de rotsen zien we er ‘n aantal liggen zonnen, ook zijn er zeehonden aan het zwemmen. Ook zien we 'n moeder haar pub zogen. Mooi om te zien.
De laatste stop vóór Hokitika zijn de Pancake Rocks met blowholes in Paparoa National Park. Pancake Rocks zijn rotsen die er uit zien als grote stapels opgestapelde pannenkoeken. Er ligt 'n mooie rondwandelingnaartoe. De blowholes zijn spuitgaten. Bij hoog tij klappen daar de golven met donderendlawaai in en kunnen dan daarin wel tientallen meter omhoog gestuwd worden. Jammergenoeg is het afgaand tij als wij er zijn, dus dat spektakel hebben we gemist, maar het is er voor ons niet minder mooi om. De zee gaat nog flink te keer, vinden wij!
Vlak voor Hokitika moeten we met de auto weer over 'n one-lane-bridge. Deze is wel erg spectaculair: de brug heeft één baan en daar moeten twee richtingen verkeer over , maar ook de trein!! De trein heeft altijd voorrang (ha,ha). Vreemd hoor, over de spoorrails rijden. Ons verblijfadres in Hokitika is weer erg leuk: 'n Beachfront chalet: 'n huisje op het strand! 's Avonds genieten we dan ook van de zonsondergang op het strand vlak voor ons huisje. Het was vandaag weer in prachtige dag in alle opzichten, ook wat het weer betreft: Volop zon en 30 graden en dat aan de westkust!Nelson
Vanuit de Marlborough Sounds zijn we weer met de watertaxi naar Picton gegaan, waarna we de huurauto op gaan halen. Dit keer is het 'n Ford Focus. Als we wegrijden merken we dat de TomTom niet oplaadt, dus weer terug naar het verhuurkantoor. Eerst moeten we wachten op 'n monteur, maar even later kunnen we de TomTom proberen in 'n andere Ford Focus en ja hoor, daarin werkt hij. Jeanne gaat weer mee voor 'n nieuwe contract en Chris laadt de koffers over. En dan zijn we eindelijk op weg naar Nelson. We volgen 'n speciale route, namelijk de Queen Charlotte Drive, die langs de fjorden voert. Je doet er dan wel 2x zo lang over, maar het is 'n prachtige route met veel 'lookouts'. Ook daarna blijft de weg ook erg bochtig, maar landschappelijk erg mooi om te rijden. We hebben alle tijd, want het is maar 75 km. naar Nelson, dus we genieten van elke kilometer.
Tegen drie uur bereiken we ons hotel in Nelson. Het is weer 'n Heritage-hotel, zoals we in Rotorua hadden, maar dit is wel heel erg luxueus. Leuk om in zoveel verschillende plekken te overnachten, dan weer 'n resort, dan weer ‘n bed & breakfast, dan weer 'n cottage, dan weer een luxe hotel. 's Avonds eten we in het centrum van Nelson. Morgen gaan we naar het Abel Tasman Nationaal Park, dus we slaan ook nog proviand in voor onderweg. Het was vandaag weer prachtig weer. Tegen de dertig graden met tegen de avond 'n stevige wind.
De andere morgen op tijd vertrokken naar Kaiteriteri, 50 kilometer van Nelson. We pakken daar de boot naar Tonga Island, lopen dan de track naar Medlands Bay en stappen daar weer op de boot terug naar Kaiteriteri.
Via het strand gaan we de loopplank op naar de boot. Hij vertrekt dan om kwart voor tien. Hij vaart dan via allerlei aanlegplaatsen het Abel Tasmanpark af en keert dan weer via dezelfde route weer terug naar Kaiteriteri en dit dan vier maal per dag. Wij mogen 'n heel tijdje meevaren, anderhalf uur. Het is stralend weer, wind valt mee, maar......weer 'n zeer onrustige zee! We hebben weer zo'n spectaculaire tocht met hoge golven als naar White Island, alleen is de zee nu prachtig groenblauw en zitten we in het zonnetje. Het is wel zaak om te blijven zitten, want je ligt anders zo op je snufferd of bij iemand anders op schoot. Als je zit moet je jezelf zelfs nog goed vasthouden aan de reling, want je valt zo van je stoel af, zo erg gaat het schip te keer in de golven.
In de baai waar we van de boot gaan is het rustig, dus uitstappen gaat van zelf en we stappen recht het strand op. Prachtig is het hier. We hadden het al van veel mensen gehoord dat Abel Tasmanpark zo mooi is, maar dat is het ook écht. Baaitjes met gele stranden aan 'n prachtige smaragdgroene zee en 'n weelderige begroeiing. Als we aan onze track naar Medlands beginnen blijkt dat ook 'n prachtige track te zijn. We kijken onze ogen uit. Het pad loopt dan weer steil omhoog, dan weer steil omlaag, over rotsen, maar altijd zijn we omgeven door 'n prachtige natuur en krijgen we om de haverklap ook nog eens een ademloos uitzicht voorgeschoteld. We lopen lekker op het gemakkie en genieten van elke minuut. Met z'n tweetjes alleen aan 'n baaitje eten we onze broodjes op, met om ons heen het ruisen van de zee en het zangkoor van de chorus-cicade. Want dat zijn de beestjes, die je hier overal hoort. Het zijn geen kleintjes, ze zijn wel 4 tot 5 cm lang en ze zien er ook vervaarlijk uit, kijk maar n's naar foto. Het tweede deel van de wandeling is ook bijzonder mooi, we passeren dan nog twee watervallen en lopen via 'n mooi vlonderpad over 'n moeras. We zijn nét op tijd voor de boot terug naar Kaiteriteri en varen via weer 'n stampende zee terug.
Het was weer 'n geweldige dag vandaag en ook 'n heerlijk wandelweer met zo'n 24 graden en zon. Nieuw Zeeland kan voor ons nu al niet meer stuk, wat is het toch 'n prachtig land. Wat ook best lekker is dat het hier nu de omgekeerde wereld is. Op het Noordereiland regent het nu al dagen en wij zitten in stralend weer op het Zuidereiland, terwijl het normaal andersom is. We hebben toch wel erg veel geluk met het weer! Ook 'n geluk is dat we bijna overal internet op de kamer hebben, dus dan kunnen we 's avonds vaak ‘n verhaaltje schrijven en plaatsen,
Morgen vertrekken we naar Hokitika, wat bekend staat om het slechte weer, het regent daar meer dan 50% van de tijd, dus we zijn benieuwd!
Heel veel groetjes voor jullie allemaal en tot de volgende keer.
Chris en JeanneMarlborough Sounds
Zo, we zijn gearriveerd op het Zuidereiland. Het wordt afgezaagd, maar we zijn weer in een paradijs aanbeland, maar daarover dadelijk meer.
Vrijdagmorgen vroeg uit bed, want we moeten om half acht 's morgens inchecken voor de ferry naar het Zuidereiland. Daarvoor moeten we ook nog dwars door Wellington met de auto naar de haven rijden en de huurauto inleveren. We zijn helemaal vergeten de auto afgetankt in te leveren, maar dat zal wel goed komen. De sleutels kunnen we bij het inchecken afgeven, dus dat is snel afgewerkt. Als we de koffers ingeleverd hebben zoeken we 'n mooi plekje op de boot. We zijn nog net op tijd voor 'n plaatsje voor het panoramaraam. Even later loopt heel het schip stampvol passagiers. De reden is dat gisteren in Wellington een concert was van ACDC, dat 35.000 bezoekers heeft getrokken, waarvan er veel op deze boot zitten. Ook is het druk omdat volgende week de vakanties voorbij zijn.
De overtocht duurt ruim drie uur. Het is erg mistig, pas als we vlakbij het Zuidereiland zijn en we de Sounds (=fjorden) binnenvaren komt de zon erdoor. Het duurt 'n hele tijd voor we de boot afkunnen, maar nog langer duurt het voor we de koffers terug hebben. Drie kwartier hebben we staan wachten in 'n bloedheet zaaltje. De allerlaatste koffers, die van de band rollen, zijn pas onze koffers!
Dan op weg naar de watertaxi, die ons naar ons hotel in de Sounds zal brengen. We hebben wel een voucher, maar waar vertrekt dat vermaledijde ding? Vragen maar weer en het blijkt dat het kantoor aan de andere kant van de haven ligt, ruim 10 minuten lopen van de ferry. Dat is niet zo prettig om bij 28 graden, pal in de zon, ieder met 'n koffer en ‘n handbagagekoffer te moeten zeulen. Maar vooruit, niet alles kan halleluja zijn. Weer ingecheckt voor de watertaxi en de koffers afgegeven en dan hebben we nog even tijd om 'n hapje te eten, want het is ondertussen half een geworden. In 'n tuin bij 'n restaurant kunnen we lekker in de schaduw zitten in van die lekker loungebanken en drinken 'n lekker bakkie koffie met scones, cream en jam erbij.
De watertaxi brengt ons vervolgens in vliegende vaart naar Torea, de aanlegsteiger waar het busje van het hotel al klaar staat. Om de koffers hoeven we ons geen zorgen te maken, die worden netjes in de kamer afgeleverd. En dan op weg naar Portage Resort aan de Kenepuru Sound.
En dat is dan het paradijs. Laat even jullie fantasie gaan: Ons hotel ligt aan 'n diepblauw fjord met aan alle kanten groene bergwanden en aan 'n kleine baai met 'n zandstrand. De lucht is strakblauw en het is 27 graden. Wow, wat 'n fantastische ligging, wat 'n uitzicht, wat 'n rust! We krijgen onze kamersleutel en dan wordt het nog mooier. We hebben mooie kamer met 'n veranda met 'n duobankje erop, allemaal in de kleuren wit en blauw én we kijken uit over het fjord! Niet alleen als we op onze veranda zitten, maar ook vanuit ons bed zien we het fjord en palmbomen. Romantisch toch?
Het kan nog romantischer, want 's avonds gaan we uit eten en krijgen 'n tafeltje aan de rand van het terras en kijken uit over de baai en het fjord. Terwijl we eten zien we langzaam de zon ondergaan. Zo'n lange zwoele, zomeravond buiten op zo'n plekjeis puur genieten!!
Om jullie toch iets minder jaloers te maken: er zitten hier sandflies, de gevreesde zandvliegjes van het Zuidereiland. Ze zijn maar iets groter dan onze donderbeestjes, maar ze bijten!! En het zijn er veel!! Als ze bijten voel je 'n venijnig prikje en dan heb je 'n klein wondje wat 'n beetje bloedt. We zijn allebei al meerdere keren gebeten, maar we merken nog niets van jeuk of zo. Gelukkig maar, anders morgen eerst maar langs de drogist voor 'n paardemiddel tegen die krengen, want we zullen ze nog vaak genoeg tegenkomen.
De volgende dag is het weer zulk stralend weer. We gaan eerst ontbijten en verzamelen dan onze spullen om 'n gedeelte van de Queen Charlotte Track te gaan lopen, één van de mooiste tracks van Nieuw Zeeland. De track is in totaal 75 km lang en loopt over de kam van de bergen rond de fjorden. We moeten eerst 700 m. de weg omhoog klimmen voor het beginpunt. Dat stuk is zo steil, dat de mountainbikers zelfs afstappen! En dan kunnen we de track op. Omdat we redelijk vroeg vertrekken is het nog heerlijk koel in het bos en kunnen we veel in de schaduw lopen. Het pad loopt constant omhoog, maar dat wisten we, straks kunnen we de hele tijd weer dalen en dat is lekker als het warmer wordt en wij vermoeider.
We horen constant 'n hoop geluiden, veel vogels, maar ook van insecten, cicades of sprinkhanen, het lijkt wel of ze met z'n duizenden zijn. Hoe goed we ook kijken, we zien ze niet. Wel zien we weer heel veel verschillende varens, (korst)mossen en bomen. Van die varens zitten er op 'n vierkante meter soms wel 8 verschillenden bij elkaar, maar of we ooit achter de namen komen......in Nieuw Zeeland komen heel veel verschillende soorten voor, dus dat wordt zoeken naar 'n speld in 'n hooiberg, vermoed ik. Tot nu toe hebben we nog zeer weinig bijzondere (bloeiende) planten gezien, ook vlinders zien we niet zo veel. We lopen nu vaak in dicht oerbos, dat zal de reden wel zijn.
De uitzichten worden steeds mooier, naarmate we hoger klimmen. En die diepblauwe kleur van het water tegen al het groen van de omringende bergwanden maakt het natuurlijk ook al bijzonder.Als we op het hoogste punt aankomen is het fjord diep beneden ons en kunnen we het hele fjord overzien. Bij zo'n mooi uitzicht, zittend op de rotsen, gaan we onze broodjes opeten. Heerlijk....geen mens te zien, alleen allerlei natuurgeluiden om ons heen en 'n fenomenaal uitzicht als toetje.
De terugweg is constant dalend, dat is goed opletten met al die losse keien op het pad. Het wordt ook steeds warmer. Om half vier zijn we, warm, moe maar zeer voldaan, weer terug bij het hotel, waarna we lekker op onze veranda gaan zitten. Het was weer 'n topdag vandaag!
We vinden allebei wel dat we steden als Auckland en Wellington leuk vinden voor ‘n dag, maar dan is het genoeg. Maar van de natuur van Nieuw Zeeland, de landschappen en uitzichten genieten we veel meer en die vervelen nooit.
We hebben ook 'n middeltje tegen de zandvliegen ontdekt: blijven bewegen! Zodra je stilstaat of gaat zitten komen die bloeddorstige monsters weer op je zitten.
Morgen verlaten we dit paradijsje weer. We gaan met de watertaxi naar Picton en daar gaan we 'n andere huurauto ophalen. Daarmee rijden we dan naar Nelson, onze volgende stop. Het Zuidereiland is veel natter, dus we hopen dat het weer ons goed gezind blijft!
Voor iedereen lieve groetjes uit 'n zeer warm Nieuw Zeeland
Chris en Jeanne
Napier en Wellington
Na aankomst in Napier op 26 januari zijn we doorgereden naar Te Awanga. Daar vertrekt een excursie naar een Jan van Gentenkolonie. Een van de grootste kolonies ter wereld. De kolonie bestaat uit tienduizenden Jan van Genten, die op vier verschillende plaatsen op de kliffen in dit natuurreservaat broeden.
We zullen met 'n busje naar de kolonie gebracht worden. De tocht erheen duurt iets meer dan 'n uur en is alleen al de moeite waard. Het is weer 'n heel ander soort natuurgebied, waar we doorheen rijden. Heel steile kliffen, heuvels bedekt met gras, ondoordringbaar bos. Het natuurgebied is goed afgeschermd en privé-eigendom. Er mogen geen auto's in, alleen twee maal per dag het busje waar wij in rijden. Er zijn dan ook, na het toegangshek, geen geasfalteerde wegen meer, alleen 'n kiezelpad, wat vaak zeer steil naar beneden of omhoog loopt, maar ook langs zéér steile afgronden (waar geen hekjes voor staan!). Maar we hebben 'n grandioze chauffeuse, die zeer beheerst rijdt, waardoor het een heerlijke tocht wordt.
We zien als voorproefje al twee kolonies op 'n verderafgelegen plateau. Na 'n zeer steile klim staan we dan ineens oog in oog met duizenden Jan van Genten. Wat 'n machtig gezicht! We staan er nog geen anderhalve meter vanaf, maar de Jan van Genten lijken ons niet eens in de gaten te hebben. Ze lijken ons gewoon niet zien! Er vliegen ook meeuwen rond en als er daar een van waagt te landen in de buurt van 'n nestelende Jan van Gent wordt hij met veel kabaal weggejaagd.
Het is broedtijd, we zien vogels op het nest zitten, maar we zien ook veel jonkies, in alle stadia..net uit het ei tot al flinke kuikens. We zien ook jonkies, die gevoerd worden. Op de rand van de klif zitten de Jan van Genten op 'n rijtje en zie je ze de diepte in duiken en wegzweven. Het ruikt hier niet zo erg fris, maar ja, wat wil je als zoveel duizenden Jan van Genten 'n hoopje laten vallen.
Mooi om te zien is hoe ze opstijgen, vliegen en weer landen tussen de groep. Het zijn grote vogels met 'n vleugel-spanwijdte van 2 meter! Probeer dan maar ‘ns op te stijgen op zo'n drukbevolkt stukje. Nog moeilijker is het landen, want vlak voor onze voeten hebben we drie keer 'n Jan van Gent 'n mislukte landing zien maken. Hij landt wel redelijk netjes, maar door de snelheid kukelt hij dan voorover en kletst met borstkas tegen de grond. Als hij dan vervolgens weer op z'n pootjes staat heeft hij daar een remspoor op z'n witte veren.
We vinden het allebei machtig om te zien en we fotograferen er weer op los. 's Avonds blijkt dat we 300 (!) foto's gemaakt hebben! Na ruim 'n uur genieten van de Jan van Genten gaan we met het busje weer terug langs dezelfde route.Het is 'n heel goed verzorgde excursie geweest en we zijn erg blij deze excursie in Nederland al gereserveerd te hebben, anders hadden we niet meer meegekund!
De volgende dag vertrekken we naar ons laatste adres op het Noordereiland: Wellington.....de hoofdstad van Nieuw Zeeland. Het is 'n trip van 315 km.
Wat ons opvalt bij wegwerkzaamheden is dat het verkeer niet geregeld wordt met verrijdbare verkeerslichten maar met 'Lollypops', aan weerszijden van de wegopbreking staat iemand met 'n grote lollie, met aan één kant Stop en aan de andere kant Go. Als hij hem op Go draait mag je weer verder rijden. Ook kwamen we onderweg naar Wellington nog twee Nederlandse merken tegen: 'n Rabobank-kantoor en 'n landbouwwerktuig met de naam Ploeger erop.
We hebben de hele rit lekker weer met veel zon en de routeis landschappelijk ook weer erg mooi. Autorijden is hier net zo goed genieten van alles wat we zien onderweg.
Om half drie arriveren we bij ons hotel. Na ingecheckt te hebben gaan we te voet Wellington verkennen. We lopen naar het havengebied en het is lekker flaneren daar, in het zonnetje en langs het water.
De andere dag hebben we nog 'n dag in Wellington. Het is bewolkt als we opstaan en we besluiten naar het Te Papa museum te gaan. Dat is een museum over het ontstaan, de natuur en de cultuur van Nieuw Zeeland. Het is immens groot, maar heel mooi opgezet. We blijven hier vijf uur rondlopen, zo veel is er te zien.
Als we weer buiten staan is de lucht weer blauw en in het zonnetje lopen we naar het Civic Center met zijn zilveren bal, die in de lucht lijkt zweven, boven het plein. Aan het eind van de middag mag natuurlijk 'n ritje met de kabeltrein naar de top van de heuvel niet ontbreken. We hebben boven 'n prachtig uitzicht over Weillington. Er is ook nog 'n botanische tuin, maar daar hebben we maar van af gezien. We hadden allebei geen puf meer om steil naar beneden te lopen en vervolgens weer naar boven te klimmen. Na ‘n hele dag rondlopen in Te Papa museum en Wellington zijn de beentjes moe.
Morgenochtend gaan we met de ferry mee naar het Zuidereiland. Daarover binnenkort meer.
Veel liefs van Jeanne en Chris
Rotorua en Taupo
Na 'n paar dagen slechte internetverbinding zijn we er weer. Na White Island zijn we twee dagen in Rotorua geweest en één dag in Taupo. Vandaag zijn we in Napier aanbeland.
Wat hebben we de laatste dagen zoal gedaan:
De eerste stop was Rotorua. Dat is een stadje, dat bol staat van de geothermische activiteit in de bodem. Onder de grond zitten waterstromen, die verhit worden door magma, wat er nog zit van eerdere vulkaanuitbarstingen. Dat gloeiendhete water (tot wel 300 graden) absorbeert allerlei mineralen uit rotsen, die het passeert en komt als stoom aan de oppervlakte. Overal zie je dan ook rookpluimen: tussen de stoeptegels door, in het park tussen de struiken, in de tuin van ons hotel. Er hangt soms ook ‘n 'rotte-eieren-lucht' in het stadje. Op verschillende plekken zijn ook bijzondere natuurparken met hele bijzondere vulkanische en geothermische activiteit.
Van Whakatane naar Rotorua is maar 'n klein ritje van maar 80 km, dus we zijn al vroeg bij het hotel. Snel ingecheckt en de bagage afgegeven en op naar de 1e bezienswaardigheid in Rotorua. Vlak achter het hotel ligt Whakarewarewa (en dit is nog maar'n afkorting van de volledige naam, kun je nagaan). Het is geothermisch gebied, waarin ook 'n Maori-dorp is, wat gewoon bewoond is. De Maori's zijn de oorspronkelijke bewoners van Nieuw Zeeland en hebben een Polynesische afkomst.
Overal in het dorp pruttelt en stoomt het. We zien kokende (modder)poelen en ook twee heuse geisers. De grootste, de Pohutu, begint net te spuiten als we bij het uitzichtpunt aankomen. Heel het dorp rondgewandeld en ook nog 'n kleine natuurwandeling gedaan. Ook bij de Maori-begraafplaats geweest. Alle graven zijn hier boven de grond, omdat het in de grond te warm is. Daarna naar het hotel. Als we op onze kamer aankomen blijkt dat we het Maori-dorp en de Pohutu-geiser van de kamer uit kunnen zien!
's Avonds zijn we naar 'n Maori-avond geweest. We komen aan 'n tafel te zitten met 3 Australiërs, 2 Nieuw Zeelanders en 'n Ierse. 'n Gezellige groep en we trekken de rest van de avond dan ook met elkaar op. Na 'n drankje gaan we naar buiten, want daar wordt ons eten uit de grond gehaald! We krijgen namelijk een traditionele Hangi-maaltijd. Het eten wordt in een grote kist in de grond gestopt en daar wordt het gekookt/gegaard. Dat kan omdat het er zo heet is in de grond. Men gaat alles klaarzetten voor het diner en wij lopen door het bos naar de rivier, waar de Maori's per oorlogskano aan zullen komen. 'n Mooi schouwspel met allerlei rituelen. Van daaruit naar 'n ruimte waar de welkomstceremonie plaatsvindt en aansluitend 'n traditionele show van de Maori-familie Mitai met als sluitstuk natuurlijk de bekende Haka-dans, 'n intimiderende dans door Maori-mannen met gezichten vol tatouages, waarbij ze hun ogen uit laten puilen en 'n tong heel ver uitsteken.
Inmiddels hebben we honger gekregen. We kunnen beginnen aan ons Hangi-diner, bestaande uit lam, kip, 'stuffing', aardappelen en zoete aardappelen, salades, muntsaus en knoflookbrood. Als toetje krijgen we nog vers fruitsalade, trifle en chocoladetaart. We kunnen hierna geen pap meer zeggen.....
Om het eraf te lopen krijgen we nog 'n bushwalk in het donker, waarbij we langs allerlei originele Nieuw Zeelandse bomen en varens komen en daar uitleg over krijgen. Als toetje krijgen we ook nog 'glow worms' te zien. Dat zijn 'n soort rupsjes met 'n blauw lichtje aan hun staart, waarmee ze insecten lokken. 'n Sprookjesachtig gezicht, al die blauwe lichtjes in het aardedonker. Na 'n zeer geslaagde avond zijn we om half elf weer terug in het hotel.
De volgende dag zijn we Rotorua verder gaan ontdekken. Eerst 's morgens 'n uitgebreid ontbijt in het hotel en dan op naar Wai-o-tapu, ook 'n thermaal park. Over die moeilijke Maori-namen breek je trouwens je tong.
Ons eerste doel is Lady Knox, ‘n geiser die elke dag precies om 10.15 uur begint te spuiten. We zijn mooi op tijd en gaan alvast naar de geiser. Het is stralend weer en we zitten lekker in het zonnetje te wachten. Dan komt er 'n ranger, die 'n brokje zeep in de opening van de geiser gooit om de oppervlaktespanning van het water te verminderen en enkele minuten later begint de geiser te spuiten. Naargelang de watervoorraad in de grond houdt hij dat tot 'n uur vol. Vele foto's verder gaan we de rest van het park verkennen.
We vinden dit park allebei mooier dan Whakarewarewa, veel natuurlijker. We zien prachtige dingen, waarvan we allebei de champagnepool het mooist vinden. Dat is 'n meer met water met bubbels, zoals champagne. Het mooiste is de rand van het meer: net onder water 'n knaloranje rand, die op de oever eindigt in 'n witgrijze rand. Van het meer komen grote stoomwolken. Ook mooi is het Duivelsbad, 'n meer met 'n onwaarschijnlijke kleur, het best te omschrijven als lichtgroen melkwater. We lopen ook via 'n houten loopbrug over de witte silica-terassen. Er is 'n kraterwand waar twee soorten vogels nestelen, de hitte in die wand houdt de vogeleieren warm. Slim bekeken van die beestjes, hoeven ze zelf niet hele dagen te gaan zitten! We lunchen nog in Wai-o-Tapu en verlaten dan dit fantastische park.
's Middags gaan we naar Waimangu Volcanic Valley. Het is weer 'n heel ander natuurpark. Het is 'n natuurreservaat met geothermisch verschijnselen. We vinden het allebei heel mooi. Je loopt 'n pad door prachtig bos en komt daarnaast veel bijzondere geothermische verschijnselen tegen. Ook mooi is dat de hele track berg af of vlak is. Aan het eindpunt staat de bus klaar om je weer naar boven te brengen. Toch wel lekker als het zo warm is als vandaag.
We komen langs prachtige panorama's, langs 'n echt kokend meer. Hierin leeft geen vis (ha,ha). Vanuit dat kokende meer loopt 'n snelstromend beekje waar we vlak langs lopen. We willen toch even voelen hoe warm dat water dan wel niet is. Inderdaad....gloeiend heet! Onvoorstelbaar. We komen ook nog bij de Inferno krater. 'n Krater met witgrijze wanden en gevuld met water met 'n prachtige lichtblauwe kleur.Heel mooiom te zien.
Ook hebben we nog 'n leuke ontmoeting met John Seach, 'n filmer en volcanologist, die geregeld documentaires maakt voor Discovery Channel en nu 'n boek aan het schrijven is om kinderen de natuur in te krijgen en waarvoor hij nu foto's aan het maken is. De hele tocht is adembenemend mooi, we gaan pas met de allerlaatste bus, van kwart voor zes, terug naar de uitgang.
De volgende dag vertrekken we naar ons volgende hotel in Taupo. Weer maar 'n klein eindje rijden, zo'n 75 km. Vlak voor Taupo gaan we eerst lang de Huka Falls. 'n Speciaal soort waterval. 'n Brede rivier perst zich door 'n smalle rotsspleet om tientallen meters verder 11 meter naar beneden te storten en daar weer de ruimte krijgt om verder te stromen. Door het stralende weer heeft het water ook nog eens 'n prachtige blauwgroene kleur.
Er zijn mooie uitzichtpunten, waarvan eentje op 'n brug boven de rotsspleet. Daar kunnen we goed zien met voor kracht het water zich door de spleet perst.
Aan het eind zie je de watermassa zich naar beneden storten. Het is maar 11 meter, maar door de kracht van het water ziet het erg spectaculair uit.
We rijden weer verder naar het hotel en daar blijkt de kamer al klaar te zijn. Als we ingecheckt zijn en de spullen op de kamer zijn gaat de lucht betrekken en even later begint het te hozen en te onweren. Tongariro National Park en/of Craters of the Moon, die we nog willen bezoeken, kunnen we op onze buik schrijven nu. We besluiten dan maar om huishoudelijke klussen te gaan doen, namelijk de was gaan doen.
Aan het eind van de middag gaan we Taupo nog even in, wat aan een groot meer ligt. Maar het blijft gieten, dus na 'n boodschapje en eten in de stad gaan we terug naar het hotel. Even 'n avond niets doen.
Het is voor ons erg leuk om al die reacties te zien, net of we even contact hebben met jullie, daar in Nederland. In bijna elk hotel hebben we wel internet, dus het verslag plaatsen is eigenlijk geen moeite. 'n Keuze maken welke foto we zullen plaatsen is minder gemakkelijk! Chris en ik maken allebei foto's en in totaal hebben we er nu al, schrik niet: 1200 (en we hebben er al 'n stel weggegooid)
We hebben al een derde deel van de reis er op zitten. Het is niet te geloven! Soms lijkt het of we hier nog maar net zijn en even later lijkt Nederland wel maanden geleden, door alles wat we al meegemaakt en gezien hebben. Komend weekend zijn hier de schoolvakanties voorbij en zijn wij op het Zuidereiland aangekomen. Daar is het veel en veel stiller en er wonen ook veel minder mensen, maar de natuur daar moet niet te beschrijven mooi zijn, horen we hier telkens. We zijn er heel benieuwd naar, want we hebben nu al zoveel moois gezien. Kan het dan nog mooier??? We zullen zien!!
Allemaal veel liefs van Chris en Jeanne
White Island
Vandaag, vrijdag de 22e,was ’n dag om nooit te vergeten….in verschillende opzichten. Vanmorgen liep om 3.15 uur de wekker af e zijn we om 4.00 uur naar Whakatane vertrokken om de boot te halen naar White Island.
De rit naar Whakatane was in het begin pittig. Het was pikdonker en we moesten door de bergen met heel veel bochten. Ook kregen we nog regen en onweer onderweg. Regelmatig ontbrak de wegmarkering. Halverwege de rit moesten we nog tanken en werden toen aangesproken door ’n meneer met de vraag of hij mee mocht rijden naar zijn auto, hij was 20 km verderop zonder benzine komen te staan. Na wat vragen van onze kant dachten we hem wel te kunnen vertrouwen en hebben we hem en zijn vriendin afgezet bij zijn gestrande auto. Uiteindelijk waren we om 8.00 uur in Whakatane. Eerst wat gegeten en gedronken en daarna ingecheckt voor de White Island tour en voor het hotel.
En dan…op weg naar White Island. White Island is een eilandje in de Grote Oceaan, dat bestaat uit een nog werkende vulkaan. Het eilandje ligt op bijna 50 kilometer van Whakatane. Alleen met speciale toestemming mag je er op. Als we vertrekken wordt de lucht wel heel erg donker, dus we vrezen het ergste.
Het wordt een gedenkwaardige boottocht. De oceaan is nogal onstuimig en ons schip danst op de golven en wij dansen mee. En dat voor 1½ uur lang. Dankzij de Primatour-tabletjes worden we gelukkig niet zeeziek. Onderweg stopt de boot, want er zijn dolfijnen gezien en ja, hoor een grote groep dolfijnen. Ze springen en buitelen rond onze boot. Wat kunnen ze hard zwemmen! Het is machtig gezicht! Er ’n foto van maken is niet goed gelukt, ze zijn ook zo supersnel.
Als we vlakbij White Island zijn staat het ondertussen te stortregenen. We krijgen allebei ’n gele helm en ’n gasmasker uitgereikt en moeten dan op zee overstappen op ’n klein rubberbootje dat ons naar White Island zal brengen. We moeten vervolgens op de rand van dat bootje gaan zitten en ons goed vasthouden (ja,ja) en al schommelend bereiken we de aanlegsteiger. Daar moeten we van het schommelende bootje overstappen op ’n glibberig aanlegsteigertje en vervolgens al klauterend over grote rotsblokken naar het verzamelpunt lopen.
Alles ging goed, ondanks alle regen. Al met al ’n hele ervaring zo’n bootreis!
Maar we staan op White Island! En wat voor eiland. Het is niet te beschrijven, zo bijzonder…onaards bijna. ’n Maanlandschap in allerlei kleuren. Alles sist en pruttelt. Kokende modderpoelen, warme riviertjes met wit water en overal zijn stoomwolken, die prikkelend werken op keel en ademhaling. Met het gasmasker kun je af en toe op adem te komen en voor de keel krijgen we snoepjes.
Dan gebeurt hetzelfde als bij Cathedral Cove….de lucht breekt, blauw komt te voorschijn en de zon komt erdoor. De rest van onze tijd op het eiland hebben we droog weer met de zon erbij.
We lopen met ’n gids het eiland rond en komen ogen tekort.Meertjes die koken, pruttelende modderpoelen, stenen met alle kleuren van de regenboog, sissende en stoom-spuitende gaten. Er zijn geen paden, geen koffietentjes, geen bankjes, helemaal niets…alles is puur natuur en adembenemend mooi. We krijgen ruimschoots de tijd om foto’s te nemen en wandelen zo’n twee uur rond. Dit is echt ’n hoogtepunt van de reis!
Dan weer terug naar de boot op dezelfde manier als we gekomen zijn. Op de boot krijgen we ’n lunch aangeboden en dan gaan we weer terug naar Whakatane. Het is nu ook gaan waaien, dus de boottocht terug is nog onstuimiger dan de heenreis. We duiken telkens de golven in en klappen er dan weer terug bovenop. Ook wordt de boot nog eens van links naar rechts geslingerd, ’t lijkt wel ’n achtbaan. Als we in Whakatane aankomen begint het weer te gieten en dat blijft het de rest van de avond doen. Het was ’n gedenkwaardige dag vandaag met veel hoogtepunten. De foto’s zullen meer zeggen dan onze woorden. We hebben ook ’n heel klein filmpje van ’n put, waar de stoom luid sissend en met grote kracht ontsnapt. We zullen dat ook proberen te plaatsen.
Tot de volgende keer weer en groetjes van Chris en Jeanne
Coromandel schiereiland
Gistermorgen op weg naar Hahei. Op 100 km van Kerikeri liggen de Whangarei Falls, de grootste van het Noordereiland, dus daar gingen we natuurlijk langs! Vanaf de parkeerplaats waren zo bij de bovenkant van de waterval en zijn toen via 'n mooi pad door 'n weelderig bos naar de voet van de waterval gelopen. Ook wéér 'n plaatje om te zien, die waterval. Maar dat kunnen jullie straks ook op de foto zien. Na 'n poosje genoten te hebben van het mooie om ons heen en ook van de rust zijn we weer naar boven geklommen en weer verder gereden.
Rijden in Nieuw Zeeland gaat lekker op het gemakkie, je mag nergens harder dan 100 km en dat kan ook niet, want er zijn alleen rond Auckland snelwegen en verder is het gewoon tweebaans. Bruggen zijn hier vaak zelfs maar éénbaans, dan moet je wachten tot de tegenligger van de brug af is en dan mag jij dat smalle bruggetje over. Het is veel bergje op en bergje af en ook aan bochten geen gebrek. Na elke bocht weer 'n ander uizicht, de ene nog mooier dan de andere.
Onderweg hadden we af en toe ‘n beetje regen, maar toen we in de buurt van Hahei kwamen was het weer droog. We kwamen langs Hot Water Beach, dat wilden we weleens zien. Hot Water Beach is een strandje met warm waterbronnen in de grond. Als je daar 'n gat graaft, stroomt het vol warm water en heb je je eigen badkuipje. De temperatuur van het water varieert van 30 tot 65 graden. Het is maar 'n klein stuk van het strand waar de bronnen zitten en niet het hele strand zoals wij eerst dachten, dus toen we er aankwamen was er geen stukje meer over om zelf te graven. Maar dat was niet erg, je kon gewoon door de gegraven gaten lopen. Toen bemerkten we ook het verschil in watertemperatuur. De meesten waren heel behaaglijk, er waren ook enkele koude. Op één stuk zat niemand, dus wij er naartoe. Maar toen snapten wij waarom daar niemand zat: Vreselijk heet water, we stonden echt even te dansen om 'n koeler stukje te vinden en niet onze voeten te verbranden. Het was 'n bijzondere gewaarwording. Ondanks de drukte daar hadden we het niet willen missen!
Vijf kilometer verder waren bij ons volgende verblijf: The Church. Inderdaad 'n houten kerk, dat is het restaurant, met daarom heen houten cottages. We hebben ons ingecheckt en voor de volgende twee morgens ontbijtjes besteld. 's Avonds hebben we voortreffelijk gegeten in de restaurantkerk. Halverwege de nacht werd het erg slecht weer, het heeft uren gehoosd. De andere morgen hebben we toch op onze kleine veranda buiten kunnen ontbijten, want de temperatuur is heerlijk.
Vandaag is het plan om naar de Cathedral Cove te lopen. Cathedral Cove is 'n grote rots op het strand met 'n groot gat erin, zodat 'n soort boog ontstaat. Het weer is bewolkt, dat is jammer, want bij goed weer is de zee azuurblauw. Maar het is niet anders, dan maar 'n minder blauwe zee. We rijden naar de parkeerplaats, waarna we drie kwartier af moeten dalen naar het strand. Onderweg zien we weer zoveel moois dat we er anderhalf uur over doen. Halverwege maken we ook nog 'n ommetje naar de Gemstone Bay. Na deze prachtige wandeling hebben we nog enkele trappen te gaan voor we op het strand zijn en dan gebeurt het: De lucht breekt, de zon komt erdoor en binnen no time is de lucht blauw....als we op het strand aankomen is de zee dus tóch azuurblauw. Hier hadden we niet opgerekend, wat 'n geluksvogels zijn we toch. Het strand is prachtig. Het ligt in 'n kleine baai met eilandjes voor de kust en rotsen en bomen op het strand. Als we in de Cathedral Cove zelf zijn worden we allebei toch even stil. Wat is het hier vreselijk mooi. We kunnen er geen genoeg van krijgen en lopen het strandje op en af en blijven foto's maken. Na nog heel lang zomaar op 'n boomstam gezeten en genoten te hebben, wat gegeten en gedronken te hebben rukken we ons los van dit idyllische plekje en gaan aan de terugtocht beginnen. Dat is toch wel peentjes zweten, want door de zon is het ook veel warmer geworden, samen met de hoge luchtvochtigheid maakt het zwaar klimmen. Vooral Jeanne moet geregeld even uithijgen. Moe, warm, maar zeer voldaan komen we terug bij het huisje en genieten daar nog eens door het bekijken van de foto's.
Vanavond gaan we weer lekker uit eten en dan op tijd naar bed. Morgen moeten we vroeg op staan. We willen persé naar White Island morgen, maar de boot vaart alleen nog maar om 9.15 uur ‘s morgens. Het probleem is dat de boot vertrekt vanuit Whakatane en dat is nog ruim 200 km van hier, ongeveer zo'n 3 ½ uur rijden . Dus dat wordt vroeg vertrekken.
Tot slot Joke.....we moesten ook schrijven als we muggebulten hadden, zodat dat jou zou helpen als je te erg jaloers werd...nou, bij Jeanne zijn minstens twintig muggen 'n heerlijk maaltje komen halen.
Tot de volgende keer weer en groetjes van
Chris en JeanneVan Auckland naar KeriKeri
Hallo allemaal,
Weer een vervolg van onze belevenissen in Nieuw Zeeland.
Afgelopen zondag, onze tweede dag in Auckland, zijn we met de boot naar Rangitoto geweest. Dat is een vulkaaneiland, wat 600 jaar geleden uit de oceaan opgestuwd is bij 'n vulkaanuitbarsting. Het eiland bestaat uit zwarte lavastenen, waarop in de loop de jaren een weelderige begroeiing ontstaan is met bijzondere planten. Ook zagen we veel pohutukawa's, de Nieuw Zeelandse kerstbomen, met hun rode pluimbloemen. Op het eiland zelf werden we vervoerd met een soort open wagon, getrokken door 'n tractor.
We zijn eerst naar boven gereden, waarna we naar de kraterrand gelopen zijn en vandaar weer doorgelopen zijn naar het hoogste punt van het eiland met 'n mooi uitzicht. Het eiland bestaat zwarte lava en lavabrokken, wat moeilijk lopen is. Gelukkig waren er veel paden van verpulverde lava, dat liep toch makkelijker. We kwamen ook nog op het zwarte strand, waarop heel mooi de rand van de gestolde lava te zien was. Daarna zijn we met ons tractor-vervoer via de andere kant van het eiland teruggebracht naar de boot.
Het is een bijzonder eiland en we hebben dan ook erg genoten van deze tocht. Aan het eind van de dag waren we wel zo zwart als roet van al dat lavastof!
De auto voor de rondreis was ondertussen ook gebracht en maandagmorgen zijn we vol goede moed begonnen aan de reis naar Kerikeri in de Bay of Islands in het noorden. Het is de vuurdoop in het links rijden, je kunt dat nu eenmaal niet vantevoren oefenen in Nederland! Het links rijden op zich viel mee, maar op kruispunten en rotondes is het uitkijken. Je moet zo nadenken waar het verkeer vandaan komt! Maar het allermoeilijkst was de richtingaanwijzer. Dat zit net andersom. Hoe vaak ik de ruitenwissers niet aangezet heb....en dat met stralend weer!
Onderweg naar Kerikeri zijn we nog langs het Waipoua Kauri Forest gereden. Kauri-bomen zijn reuzenbomen. Wij vonden ze erg indrukwekkend. Vooral de oudste, Tane Mahuta. Die is rond 2000 jaar oud en is ruim 50 meter hoog met 'n ongelooflijke stamdoorsnee van ruim 13 meter.
Daarna via Oponi met zijn strandduinen naar Kerikeri. Toen we de oprijlaan naar ons verblijf, Avalon Resort, afreden viel onze mond toch wel open. In één woord....'n paradijsje. Het is ‘n mooi begroeid dalletje met eigen bronnen en 'n rivier en met op vier plekken 'n prachtig huisje. We kregen het huisje met de naam Water, prachtig ingericht en met 'n heerlijke veranda.
Willem, de Nederlandse eigenaar, kwam nog 'n ontbijtmand brengen en 'n drankje als welkom. Toen we de volgende morgen in het zonnetje op de veranda zaten te ontbijten voelde we ons wel heel erg bevoorrecht, hoor.
Vandaag, dinsdag, hebben we onze eerste track gelopen. En ook dat was weer genieten. 'n Bos in Nieuw Zeeland is zo heel anders dan wij gewend zijn. Het lijkt meer 'n jungle, met boomvarens, vreemde bomen, vreemde vogels en insecten.We hebben ook nog nooit zoveel verschillende soorten varens en (korst)mossen gezien. Tijdens de wandeling worden we ook nog getracteerd op stroomversnellingen. Halverwege de wandeling komen we bij 'n mooie waterval, de Fairy Falls met erachter de Fairy Pools. Maar er was nog 'n mooiere waterval, De Rainbow Falls. Na tweeënhalf en uur bereiken we die. En....het is de moeite waard! 'n Hoge waterval, die uitkomt in 'n rond meertje, omzoomd met bloemen en planten. Dat we afentoe stonden te hijgen van het geklauter nemen we dan graag voor lief.
Morgenochtend vertrekken we weer naar ons volgende adres: Hahei op het schiereiland Coromandel. Het wordt de op één na langste tocht van de vakantie, ruim 400 km, waarbij we ook weer door Auckland komen.
Tenslotte, we vinden het telkens weer erg leuk om al jullie reacties te lezen. Bedankt hiervoor!
Tot het volgende verslag en groetjes vanuit Kerikeri
Chris en Jeanne